37. Auditeurs moeten tijdens audits een gepast professioneel gedrag aan de dag leggen door middel van een kritische ingesteldheid, hun professionele oordeel en gepaste voorzichtigheid.

De houding van de auditeur moet gekenmerkt worden door een kritische ingesteldheid en een professioneel oordeel. Hij moet zich laten leiden door die kenmerken, wanneer hij beslist welke maatregelen genomen moeten worden. Auditeurs moeten gepaste voorzichtigheid hanteren om te garanderen dat hun professioneel gedrag gepast is.

Kritische ingesteldheid betekent dat de auditeur een professionele afstand houdt en een alerte en sceptische houding aanneemt, wanneer hij nagaat of er voldoende en gepaste bewijzen verzameld zijn tijdens de audit. Het betekent bovendien dat de auditeur ruimdenkend is en open staat voor alle standpunten en argumenten.

Professioneel oordeel betekent dat tijdens het auditproces een beroep wordt gedaan op de collectieve kennis, vaardigheden en ervaring. Gepaste voorzichtigheid betekent dat de auditeur voorzichtig te werk moet gaan bij de voorbereiding en uitvoering van audits. Auditeurs moeten elk gedrag vermijden dat hun werk in diskrediet zou kunnen brengen.


INTOSAI ref. Fundamentele Principes voor Overheidsaudit(pdf) (ISSAI-100).
#tagcoding hashtag: #issai137


en en.gif
fr fr.gif
nl nl.gif