49. Auditeurs moeten auditprocedures hanteren die voldoende gepaste auditbewijzen opleveren om het auditrapport te ondersteunen.

De beslissingen van de auditeur over de aard, timing en reikwijdte van de auditprocedures hebben invloed op de te verzamelen bewijzen. Welke procedures gebruikt worden, hangt af van de risicobeoordeling of probleemanalyse.

Auditbewijzen hebben betrekking op alle informatie die gebruikt wordt door de auditeur om te bepalen of het auditonderwerp voldoet aan de toepasselijke normen. Die bewijzen kunnen vele vormen aannemen, zoals elektronische en papieren transactielogboeken, geschreven en elektronische communicatie met derden, opmerkingen van de auditeur en mondelinge of geschreven getuigenissen van de geauditeerde instantie. Voorbeelden van methoden om bewijzen te verzamelen zijn inspecties, waarneming, onderzoek, bevestigingen, herberekeningen, heruitvoeringen, analytische procedures en/of andere onderzoekstechnieken. Bewijzen moeten zowel talrijk genoeg zijn (kwantiteit) om een goed geïnformeerde persoon te overtuigen van de redelijkheid van de bevindingen, als gepast zijn (kwaliteit), d.w.z. relevant, geldig en betrouwbaar. De auditeur moet de bewijzen objectief, eerlijk en evenwichtig beoordelen en voorlopige bevindingen delen en bespreken met de geauditeerde instantie om hun geldigheid te bevestigen.

De auditeur moet alle voorschriften inzake vertrouwelijkheid in acht nemen.


INTOSAI ref. Fundamentele Principes voor Overheidsaudit(pdf) (ISSAI-100).
#tagcoding hashtag: #issai149


en en.gif
fr fr.gif
nl nl.gif